hooiopper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) toestel om hooi te drogen
  2. iets dat eruit ziet als een hooiopper
    De meisjes blondeerden hun haar en staken het op in kleine hooioppers op hun hoofd, naaiden en steven onderjurken die ze daarna met meerdere lagen over elkaar aantrokken zodat de rok zoveel mogelijk uitstond.