hoorbaar
ˈhorbar
Wat is de betekenis van hoorbaar?
hoorbaar betekent: dat wat gehoord kan worden
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- dat wat gehoord kan worden
Voorbeelden van "hoorbaar" in een zin
- 'Ze hebben die wilde meegenomen,' fluistert ze hoorbaar tegen haar man.
- Marens stem is nauwelijks hoorbaar en haar hand glijdt van de trapleuning.
Etymologie
Afgeleid van de stam van horen met het achtervoegsel -baar.
Vertalingen
Engelshearable, audible
cyhyglyw
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek