hopper

mannelijk (de)/ˈhɔpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voertuig waarmee men kan hoppen
  2. trechtervormige laadruimte met een losklep
  3. scheepvaart (scheepvaart) vaartuig, ingericht met een trechtervormige laadruimte, om bagger te vervoeren, onderlosser

Etymologie

* van hoppen