horigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderdanige, onvrije gebondenheid en onderdanigheid
    Middeleeuwse horigheid en hedendaagse modernisering zouden best hand in hand kunnen gaan. Althans, dat denkt president Aleksandr Loekasjenko van Wit-Rusland. NRC 7 december 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/12/07/loekasjenko-heeft-plan-horigheid-is-modern-idee-12587952-a1327798 Loekasjenko heeft plan: horigheid is modern idee]
    Inmiddels, ruim een jaar later, geldt Arib als een uitstekende voorzitter. Volgens de PVV’er Dion Graus is ze zelfs de beste Kamervoorzitter sinds mensenheugenis – dus daar sta je met je sleetse litanie van dubbele loyaliteit, horigheid aan de Marokkaanse koning en je sharia. NRC Bas Heijne 1 april 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/01/arib-7791334-a1552805 Arib]

Etymologie

* afleiding van horig

Vertalingen

Engelsservitude, serfdom, bondage