horlepiep

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer bewegelijke door één persoon uitgevoerde dans
    John Troost doet graag dansjes met voetballers. Heel gekke, uitbundige dansjes, waardoor 'je energieniveau als voetballer een positieve impuls krijgt.' Bij Anderlecht kwam hij ooit binnen met zijn verhaal - en toen de club kort daarna prompt kampioen werd, danste hij als een malloot de horlepiep, pontificaal op het veld van het deftige Constant Vandenstock-stadion. Tubantia Sjoerd Mossou 25-08-15 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/mental-coaches-in-het-voetbal-vakmensen-kruisgrijpers-en-kwakzalvers~acbf4b64/ Mental coaches in het voetbal: Vakmensen, kruisgrijpers en kwakzalvers]
    Ik wil terug naar de tijd dat we water uit de sloot dronken, de horlepiep dansten en de gulden nog van hout was. HP de Tijd 28/03 | 2012 [https://www.hpdetijd.nl/2012-03-28/twitter-top-tofik-dibi/ Twitter Top 11: Tofik Dibi]