horloge

onzijdig (het)/hɔrˈloʒə/

Wat is de betekenis van horloge?

horloge betekent: (tijdrekening) een draagbaar voorwerp waarop de tijd kan worden afgelezen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) een draagbaar voorwerp waarop de tijd kan worden afgelezen

Voorbeelden van "horloge" in een zin

  • Ik ben mijn horloge vergeten.
  • Naast hem staat een vrouw die in de korte tijd waarin ik op haar afloop al drie keer op haar horloge heeft gekeken.
  • Zijn horloge was in het water stil blijven staan op tien over zes.

Betekenis en uitleg van horloge

Een horloge is een apparaat dat de tijd meet en weergeeft, meestal gedragen om de pols. Het combineert functionaliteit en mode, waardoor het niet alleen praktisch is, maar ook een stijlstatement kan maken.

Het woord 'horloge' wordt vaak gebruikt in contexten waar tijdsmanagement belangrijk is, zoals tijdens afspraken of evenementen. Horloges komen in verschillende stijlen en materialen, van sportief tot luxe, en kunnen ook extra functies hebben, zoals een stopwatch of GPS. In de moderne wereld zijn smartwatches ook steeds gebruikelijker geworden, die verder gaan dan alleen tijdsaanduiding.

Voorbeelden

  • Toen hij zijn horloge omdeed, besefte hij dat hij te laat was voor zijn afspraak.
  • Ze kocht een elegant horloge als cadeau voor haar verjaardag, omdat ze altijd op tijd wilde zijn.
  • De technologische vooruitgang heeft geleid tot horloges die niet alleen de tijd bijhouden, maar ook gezondheidsdata monitoren.

Woordoorsprong

Het woord 'horloge' is afgeleid van het Franse 'horloge', wat 'klok' betekent. Dit verwijst naar de oorsprong van tijdsmetingen en hoe deze apparaten in de loop der tijd zijn geëvolueerd.

Veelgestelde vragen over horloge

Wat is de betekenis van horloge?

horloge betekent: (tijdrekening) een draagbaar voorwerp waarop de tijd kan worden afgelezen

Welk woordgeslacht heeft horloge?

horloge is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je horloge in een zin?

Voorbeeld: “Ik ben mijn horloge vergeten.

Etymologie

*Leenwoord uit het Frans (horloge), waarbij de betekenis is verschoven van "uurwerk" naar "polshorloge". Uiteindelijk afgeleid van het Griekse horologion, van horo (tijd) en logos (o.a. getal).

Vertalingen

Engelswatch
Fransmontre
DuitsUhr
Spaansreloj
Italiaansorologio
Russischчасы
Turkssaat
Poolszegarek
Zweedsklocka, armbandsur
Deensur