hors-d'oeuvre

mannelijk (de)/ɔːrˈdœːvrə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een koud voorgerecht dat meestal na de soep wordt geserveerd dat vaak een aardappelsalade als basis heeft
    `Goed,' zei Amro. 'Ik wilde graag een paar margarita's bestellen. Een paar porties bitterballen. Een hors-d'oeuvre en alle ganzenleverpastei die u in huis hebt.{{Aut | Adams, Douglas
    Er zijn maar liefst duizend woorden `verbeterd'. Voortaan schrijven we appelrechter (was appèlrechter), nasi goreng (was nasigoreng), sociaaleconomisch (was sociaal-economisch), meester-kok (was meesterkok), privéaangelegenheid (was privé-aangelegenheid), hors-d'oeuvre (was hors d'oeuvre), Tweede Kamerlid (was Tweede-Kamerlid), pre-industrieel (was preïndustrieel), vicepremier (was vice-premier) enzovoort. De paardebloem is weer veranderd in een paardenbloem, barbecuen is voortaan barbecueën. De kerstman is Kerstman geworden, terwijl de middeleeuwen nu Middeleeuwen zijn. Je zou zeggen, het is kafka-achtig (was Kafka-achtig). Meest aanstootgevend is de nieuwe spelling van ideeënloos. Dat wordt ideeëloos.NRC Folkert Jensma 17 december 2005

Etymologie

*samenstelling uit het Frans

Vertalingen

Engelshors d'oeuvre