hospita
vrouwelijk (de)/ˈhɔspita/
Wat is de betekenis van hospita?
hospita betekent: een vrouw die een of meer kamers in haar eigen woonhuis ter beschikking stelt aan een kostganger of commensaal
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vrouw die een of meer kamers in haar eigen woonhuis ter beschikking stelt aan een kostganger of commensaal
Voorbeelden van "hospita" in een zin
- Door het gebrek aan kamers dat in veel steden nog steeds heerst wonen er nog steeds redelijk wat studenten bij een hospita.
Veelgestelde vragen over hospita
Wat is de betekenis van hospita?
hospita betekent: een vrouw die een of meer kamers in haar eigen woonhuis ter beschikking stelt aan een kostganger of commensaal
Welk woordgeslacht heeft hospita?
hospita is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je hospita in een zin?
Voorbeeld: “Door het gebrek aan kamers dat in veel steden nog steeds heerst wonen er nog steeds redelijk wat studenten bij een hospita.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kostjuffrouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1646
Vertalingen
Engelslandlady
Franslogeuse
DuitsZimmerwirtin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek