hospitaalsoldaat

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. soldaat die als verpleegkundige werkt bij het leger
    Hij luisterde niet naar het smoesje dat de hospitaalsoldaat die als zijn oppasser dienstdeed tegen hem ophing, en besteedde ook geen aandacht aan Gordon, die ermee zat dat hij Zjivago's linnengoed had vuilgemaakt en nu in diens hemd vertrok.
    Zijn doofheid herinnert hem voortdurend aan de begindagen van de Tweede Wereldoorlog, waarin hij als hospitaalsoldaat gewond raakte bij de verdediging van de Grebbelinie bij Veenendaal. Jan Rensen (94): „Het drama na de granaatinslagen was vreselijk om te zien.”

Vertalingen

Engelsmedical orderly