Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

hospitality

vrouwelijk (de)/ˌhΙ”spΙͺˈtΙ›lΙͺˌti/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijfstak (bedrijfstak) het professioneel ontvangen van over het algemeen grotere groepen genodigden, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt op congressen en in hotels
    Bussen vol toeristen parkeren op het kasteelterrein, voor 27,50 pond krijgen bezoekers een rondleiding. Het kasteel is een bedrijf geworden, de eigenaars managers in de hospitality.

Etymologie

*; van """