Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
hoteldief
mannelijk (de)/hoˈtɛldif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- misdadiger die bezittingen van hotelgasten steeltEen bediende vroeg of ik een kamer wilde. Het was makkelijk om ja te zeggen. Het was tè makkelijk; als een op heterdaad betrapte hoteldief zocht ik een uitvlucht, ik vroeg naar “mevrouw Lacombe”.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek