Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

hoteldief

mannelijk (de)/hoˈtɛldif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. misdadiger die bezittingen van hotelgasten steelt
    Een bediende vroeg of ik een kamer wilde. Het was makkelijk om ja te zeggen. Het was tè makkelijk; als een op heterdaad betrapte hoteldief zocht ik een uitvlucht, ik vroeg naar “mevrouw Lacombe”.