Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

houtomzet

mannelijk (de)/ˈhɑutɔmzɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. totale hoeveelheid hout die in een bepaalde periode is verkocht, uitgedrukt in de waarde van de opbrengst
    Naar schatting 60 à 70 procent van de houtomzet (ƒ 3 miljard) gaat naar de bouw.