huid
mannelijk/vrouwelijk (de)/hœyt/
Wat is de betekenis van huid?
huid betekent: (anatomie) vel, de buitenste laag weefsel die het lichaam bedekt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) vel, de buitenste laag weefsel die het lichaam bedekt
- (materiaalkunde) afgestroopt vel om bont of leer van te maken
- (scheepvaart) de buitenbekleding van een schip
Voorbeelden van "huid" in een zin
- ' Hij drukt zijn lippen tegen mijn voorhoofd, waarbij ik zijn baard voel kriebelen tegen mijn huid.
- Met een huid als een panter zigzagde hij door het water.
- Door het zweet en constante wrijving werd mijn huid tussen mijn dijen en billen bij elke stap opengeschuurd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Uitdrukkingen
- Men moet de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is. — men viert best de overwinning niet alvorens er gewonnen is
- de huid niet verkopen voor de beer geschoten is
- Zijn huid zo duur mogelijk verkopen — zich zo goed mogelijk verdedigen
- Met huid en haar — helemaal
Vertalingen
Engelsskin, skin, plating
Franspeau
DuitsHaut, Schiffsbekleidung, Schiffsbeplankung
Spaanspiel, cutis, tablazón
Italiaanspelle, fasciame
Portugeespele, tabuado, forro
Russischкожа, шкура
Turkscilt, deri
Poolsskóra
Zweedshud, skinn
Deenshud, skind
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek