huif

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. valkerij (valkerij) kapje dat een valk wordt opgezet om de vogel rustig te houden
    Een huif is vaak een waar kunstwerkje.
  2. textiel, verkeer (textiel), (verkeer) een zeildoek over een wagen dat door dunne bogen ondersteund wordt
    We hebben een aanhanger met huif gekocht.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelshood, bonnet
Franschaperon
DuitsHaube