huif
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (valkerij) kapje dat een valk wordt opgezet om de vogel rustig te houdenEen huif is vaak een waar kunstwerkje.
- (textiel), (verkeer) een zeildoek over een wagen dat door dunne bogen ondersteund wordtWe hebben een aanhanger met huif gekocht.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelshood, bonnet
Franschaperon
DuitsHaube
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek