huik

mannelijk/vrouwelijk (de)/hœyk/

Wat is de betekenis van huik?

huik betekent: (verouderd), (kleding) een lange mouwloze mantel met kap, gedragen door vrouwen Arch. (1811) Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. Weiland 1807-1811

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, kleding (verouderd), (kleding) een lange mouwloze mantel met kap, gedragen door vrouwen Arch. (1811) Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. Weiland 1807-1811
  2. scheepvaart (scheepvaart) een regenvast dekkleed dat over een zeil gedaan wordt
  3. verouderd (verouderd) hurk

Voorbeelden van "huik" in een zin

  • We vertrouwen het niet met het weer, dus doen we de huik over de zeilen.

Etymologie

*Ontleend aan het Arabische حائك ḥā'ik (en niet aan het Oudfranse huque (cape met capuchon) dat evenals het middeleeuws Latijn huca recenter is)Klein Arabisch Prentenboek. L. Catherine, 2010..

Uitdrukkingen

  • De huik naar de wind/alle winden hangenZich schikken naar de omstandigheden van het moment

Vertalingen

Engelscowl, hood