huisartspraktijk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhœysɑrtsprɑkˌtɛik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebouw of ruimte waar een huisarts werktPatiëntenfolders verdwijnen uit huisartspraktijken, website neemt het overHet ziekenhuis was de hoeksteen van de gemeenschap, zegt dokter Chistopher Beckett, geboren en getogen in Williamson. Hij heeft er een huisartspraktijk. Het ziekenhuis ging ten onder doordat mensen het vanwege de pandemie gingen mijden, zegt hij.
- hoe zaken gaan tijdens het beoefenen van het huisartsenvak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek