huisbaas
mannelijk (de)/ˈhœyzbas/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) eigenaar van een pand dat verhuurd wordtEr bestaat geen betere stad dan Venetië om in aan te komen terwijl er een geliefde op je wacht. Clio was mij vooruitgereisd. We hadden de taken verdeeld. Terwijl het mijn opdracht was geweest om onze oude huizen bezemschoon op te leveren en de laatste formaliteiten af te handelen met de respectievelijke huisbazen, was zij alvast naar Venetië gegaan om ons nieuwe huis aan kant te maken en de verhuizers te ontvangen.
Vertalingen
Engelslandlord, landlady
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek