Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

huiseigenaresse

vrouwelijk (de)/ˈhΕ“ysΙ›iΙ£Ι™naˌrΙ›sΙ™/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die een of meer huizen bezit
    Tijdens onze vakantie is de huiseigenaresse een paar keer in het huis geweest, heeft daar Obi gesignaleerd – en meteen aangegeven.

Etymologie

* of afgeleid van "huiseigenaar"