huisgenoot

mannelijk (de)/ˈhœysxeˈnot/

Wat is de betekenis van huisgenoot?

huisgenoot betekent: mensen met wie men in één huis woont, zonder dat er noodzakelijkerwijs ook één huishouding wordt gevoerd

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mensen met wie men in één huis woont, zonder dat er noodzakelijkerwijs ook één huishouding wordt gevoerd

Voorbeelden van "huisgenoot" in een zin

  • In het studentenhuis had ik 5 huisgenoten.
  • Mijn eerste doel was flexibeler in het leven te staan. Ik hoopte hierdoor geduldiger te worden en meer te gaan genieten van het hier en nu. Maar vooral ook om een aangenamere huisgenoot te worden.