huishoudgeld
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van huishoudgeld?
huishoudgeld betekent: geld dat nodig is voor het voeren van een huishouding (zoals het kopen van voedsel en schoonmaakmiddelen)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geld dat nodig is voor het voeren van een huishouding (zoals het kopen van voedsel en schoonmaakmiddelen)
- geld wat een huisvrouw krijgt van haar man om het huishouden mee te voeren
Voorbeelden van "huishoudgeld" in een zin
- Ik was een jaar of zestien. In de slaapkamerkast stond een groen ijzeren geldkistje waarin mijn stiefmoeder het huishoudgeld bewaarde. Een vakje voor de honderdjes, daarnaast het vakje voor de briefjes van vijfentwintig en daarnaast de tientjes, de vijfjes en de rijksdaalders. Robbie stond bij de kast. Hij keek geschrokken op. In zijn hand hield hij een briefje van vijfentwintig. Zijn ogen schoten heen en weer. Ik zag hem denken.{{Aut | Spaan, Henk
- Ik spaarde wat van mijn huishoudgeld, maakte een afspraak en ging. Ik had er met niemand over gepraat, ook niet met je opa. Die psychiater was een heel aardige man. Hij vroeg of er iets was wat me zorgen baarde en begon over mijn huwelijk en de kinderen. {{Aut |Mizee, Nicolien
Vertalingen
Engelshousekeeping money
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek