huismerk

onzijdig (het)/ˈhœysmɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een merk van producten dat in opdracht van een detaillist wordt geproduceerd onder een eigen merk.
    Het huismerk van de supermarkt is goedkoper dan het A-merk.
    Ik stortte me vol overgave op dit nieuwe, zuinige leven. In de supermarkt keek ik meteen naar de onderste schappen met de huismerken en ik kocht alles in de aanbieding.
  2. heraldiek (heraldiek) een teken waarmee een persoon of boerderij plus het bezit aangeduid wordt.