huistaak
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhœystak/
Wat is de betekenis van huistaak?
huistaak betekent: (onderwijs) opgave die leerlingen buiten schooltijd (thuis) moet vervullen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs) opgave die leerlingen buiten schooltijd (thuis) moet vervullen
- te verrichten huishoudelijk werk
Voorbeelden van "huistaak" in een zin
- Maar toen het binnen de maand nogmaals voorviel, dat de jonge Sanegrain zonder afgewerkte huistaak in de school verscheen, moest Johan er meer van weten.
- Het schoonhouden van de wc is haar huistaak.
Veelgestelde vragen over huistaak
Wat is de betekenis van huistaak?
huistaak betekent: (onderwijs) opgave die leerlingen buiten schooltijd (thuis) moet vervullen
Hoeveel betekenissen heeft huistaak?
huistaak heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft huistaak?
huistaak is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van huistaak?
Synoniemen van huistaak zijn: huiswerk.
Hoe gebruik je huistaak in een zin?
Voorbeeld: “Maar toen het binnen de maand nogmaals voorviel, dat de jonge Sanegrain zonder afgewerkte huistaak in de school verscheen, moest Johan er meer van weten.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek