huistaak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhœystak/

Wat is de betekenis van huistaak?

huistaak betekent: (onderwijs) opgave die leerlingen buiten schooltijd (thuis) moet vervullen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) opgave die leerlingen buiten schooltijd (thuis) moet vervullen
  2. te verrichten huishoudelijk werk

Voorbeelden van "huistaak" in een zin

  • Maar toen het binnen de maand nogmaals voorviel, dat de jonge Sanegrain zonder afgewerkte huistaak in de school verscheen, moest Johan er meer van weten.
  • Het schoonhouden van de wc is haar huistaak.