huiszwaluw

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhœyswalyw/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) , een zwaluw die zijn nest tegen de huizen aanbouwt

Vertalingen

Engelshouse-martin
Franshirondelle de fenétre
DuitsMehlschwalbe
Spaansgolondrina
Italiaansrondine
Portugeesandorinha
Poolsjaskółka oknówka
Zweedssvala, ladusvala
Deensbysvale