huiszwaluw
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhœyswalyw/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) , een zwaluw die zijn nest tegen de huizen aanbouwt
Vertalingen
Engelshouse-martin
Franshirondelle de fenétre
DuitsMehlschwalbe
Spaansgolondrina
Italiaansrondine
Portugeesandorinha
Poolsjaskółka oknówka
Zweedssvala, ladusvala
Deensbysvale
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek