huizes
/ˈhœyzəs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- genitief enkelvoud van huis
Etymologie
*"huis" met de uitgang -(e)sDoordat de sisklank van de stam niet meer aan het eind van het woord staat, wordt die net als in "huizen" weer stemhebbend en daarom met een z geschreven.
Uitdrukkingen
- de heer des huizes
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek