huns

/hʏns/

Wat is de betekenis van huns?

huns betekent: (verouderd) van zij en ze (3e persoon meervoud)

Betekenis

voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd) van zij en ze (3e persoon meervoud)
voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd) (m) (van) hun
  2. verouderd (verouderd) (n) (van) hun

Voorbeelden van "huns" in een zin

  • Wat wreedheid schijnt is weldaad vaak, ja zeker de jagers hebben eene delicate taak en ze zijn er niet om huns wil.
  • Ik heb menschen gezien, die door den krijg helemaal te gronde waren gebracht; (…) weduwen-moeders van den steun huns mans of van den steun hunner zonen beroofd; maar geen enkel verwijt of klacht heb ik hooren opgaan tegen 't verbod van doorlating van 't duitsche leger over België.
  • Toen, volgens de zede huns volks, schoren de Hunnen het hoofdhaar (…)