huren
/ˈhyrə(n)/
Betekenis
werkwoord
- tegen betaling gebruikenAls je dat behang van de muur wil halen, kan je daar een machine voor huren.Pogue had een kamer gehuurd waarin we allemaal op de grond konden slapen.
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands hūren, ontwikkeld uit Oergermaans *hūzjan-, bij Indo-Europees *kuHs-, waartoe ook Hettitisch kuššan- ‘loon, bezoldiging’ behoort. Evenals Nederduits hüren, Fries hiere en Engels hire ‘huren; in dienst nemen’.
Vertalingen
Engelshire, rent
Franslouer
Duitsmieten, heuern
Spaansalquilar, tomar en alquiler, arrendar
Italiaansnoleggiare, affittare, prendere in affitto
Portugeescontratar, alugar, fretar
Russischнанимать
Chinees租
Japans賃借
Koreaans빌려주다
Arabischاستأجر
Zweedshyra, leja
Deenshyre, leje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek