huurder

mannelijk (de)/ˈhyrdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand of organisatie die tegen betaling iets mag gebruiken dat niet zijn eigendom is
    Hijzelf en vooral Oscar waren evenwel gelouterd als het ging om het hebben van winkeleigenaars als huurders.

Etymologie

* afgeleid van de werkwoordstam van huren

Vertalingen

Engelsrenter, tenant
Spaansinquilino