huwelijksbed

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het tweepersoonsbed waarin een echtpaar slaapt; echtelijke sponde
    Sook-hee krijgt de opdracht mee om voor hem een weg te banen naar het hart en huwelijksbed van haar nieuwe meesteres. Boze opzet, want het is hem alleen om Lady Hideko’s fortuin te doen.de Telegraaf 02 mrt. 2017
    Ook ín dat huwelijksbed kon het stukken leuker. Kerken bleven in de jaren zestig het gebruik van condooms en de pil verbieden, maar de gelovigen trokken zich er steeds minder van aan.Volkskrant ALEID TRUIJENS 6 juli 2013
    Op donderdag 24 augustus 1939, rond vijf uur in de ochtend, stierf mijn vader. Thuis, in het witte ziekenhuisledikant dat naast het huwelijksbed stond opgesteld sinds hij, ruim drie jaar tevoren was thuisgekomen uit het sanatorium Hoog Laren, waar hij ook zo'n drie jaar had gelegen.Volkskrant 9 oktober 2010

Vertalingen

Engelsconjugal bed, nuptial bed, marriage bed