huwelijksgeschenk

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geschenk gegeven bij het huwelijk aan de bruid, de bruidegom of aan het bruidspaar
    Als iemand in het gegoede milieu ging trouwen kwam Venus voor in een huwelijksgedicht en werden er schilderijen of prenten van Venus geschonken als huwelijksgeschenk. Ook dacht men dat als je naar een mooie naakte vrouw keek tijdens de geslachtsdaad dat je dan ook een mooi gezond kind zou krijgen. NRC Berthold van Maris 7 juni 2016
    Het 491-delig zilveren tafelservies als huwelijksgeschenk voor prins Willem II in 1818 mag ook niet onvermeld blijven, op een dag als vandaag.

Vertalingen

Spaansregalo de bodas