hyena

mannelijk/vrouwelijk (de)/hiˈjena/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) benaming voor zoogdieren uit de onderfamilie , middelgrote nachtroofdieren
    Heeft u een plaatje van een hyena?
  2. vlinders (vlinders) een vlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae)
    De rupsen van de hyena doen hun naam eer aan: ze eten andere rupsen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hyena-achtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1552

Vertalingen

Engelshyena
Franshyène
DuitsHyäne
Spaanshiena
Italiaansiena
Turkssırtlan
Deenshyæne