hypotheek
vrouwelijk (de)/ˌhypoˈtek/
Wat is de betekenis van hypotheek?
hypotheek betekent: (juridisch) zakelijke zekerheid die een onroerend goed zonder buitenbezitstelling bezwaart om een vordering tot terugbetaling van een geldlening bij voorrang boven concurrente schuldeisers te verhalen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) zakelijke zekerheid die een onroerend goed zonder buitenbezitstelling bezwaart om een vordering tot terugbetaling van een geldlening bij voorrang boven concurrente schuldeisers te verhalen
Voorbeelden van "hypotheek" in een zin
- We zijn al jaren bezig met het aflossen van onze hypotheek.
- Dankzij de vele betalende gasten dekt die ene kamer nu de hypotheek voor ons hele huis en kunnen we ook langzaam onze hypotheekschuld gaan afbetalen.
Etymologie
* Leenwoord uit Frans hypothèque, ontleend aan Latijn hypothēca, zelf ontleend aan Oudgrieks hypothḗkē ‘onderpand’, afleiding van hypotithénai ‘als onderpand geven’, samengesteld uit hypo- ‘onder’ en tithénai ‘stellen, leggen’.
Vertalingen
Engelsmortgage
Franshypothèque
DuitsHypothek
Spaanshipoteca
Italiaansipoteca
Portugeeshipoteca
Poolshipoteka
Zweedshypotek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek