icing
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van icing?
icing betekent: (voeding) (kookkunst) eetbare versiering voor taartjes en koekjes
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) (kookkunst) eetbare versiering voor taartjes en koekjes
Voorbeelden van "icing" in een zin
- Met hartjesvormpjes duw je nu in de brownie. Het leukste is om verschillende maten te gebruiken. Decoreer de hartjes met icing en suikerhartjes. Als dit niet met liefde gemaakt is?!
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek