iedereen
/i.də.ˈreːn/
Betekenis
voornaamwoord
- elke persoonJack was een kale man van in de zestig die 35 jaar geleden zelf de PCT had gelopen. Het ging er volgens hem destijds heel anders aan toe dan nu. ‘Mijn rugzak woog wel 20 kilo, en nu loopt iedereen met dat ultralichte spul.
Etymologie
* In de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1636
Uitdrukkingen
- Iedereen en zijn moeder/oma — {{informeel|nld
Vertalingen
Engelseverybody, everyone
Franstout le monde
Duitsjedermann
Spaanstodos
Zweedsalla
Deensalle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek