ijsbeer
mannelijk (de)/ˈɛizber/
Wat is de betekenis van ijsbeer?
ijsbeer betekent: (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , een grote witte beer die van nature in het Noordpoolgebied leeft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , een grote witte beer die van nature in het Noordpoolgebied leeft
Voorbeelden van "ijsbeer" in een zin
- Een witte ijsbeer.
- De hele discussie over het gedrag van de ijsbeer was niet zo relevant omdat er op IJsland, afgezien van een verdwaald exemplaar op een ijsschots, normaal geen ijsberen voorkomen.
Etymologie
*, in de betekenis van ‘soort beer’ voor het eerst aangetroffen in 1788
Vertalingen
Engelspolar bear
Fransours blanc
DuitsEisbär
Spaansoso polar, oso blanco
Italiaansorso polare
Portugeesurso polar
Russischбелый медведь
Turkskutup ayısı
Poolsniedźwiedź polarny
Zweedsisbjörn
Deensisbjørn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek