ijsberen
/ˈɛizberə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) rusteloos heen en weer lopenLoop niet zo te ijsberen, joh.
Etymologie
* In de betekenis van ‘rusteloos heen en weer lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1897
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘rusteloos heen en weer lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1897