ijshockeyer
mannelijk (de)/ˈɛishɔkijər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) iemand die ijshockey speeltRussische sporters mochten alleen onder neutrale vlag deelnemen in Brazilië en dat gold ook voor de Winterspelen in Pyeongchang (2018). Daar wonnen de Russische ijshockeyers goud onder neutrale vlag. Het Russische volkslied mocht niet klinken.Voormalig ijshockeyer Berteling ontvangt prestigieuze oeuvreprijs: De internationale ijshockeybond IIHF heeft Ron Berteling onderscheiden met de Torriani Award. Het is voor het eerst dat een Nederlander zo'n prestigieuze prijs in ontvangst mag nemen.
Etymologie
*afleiding van (nomact) ijshockeyen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek