woorden
boek
Start
›
I
›
impost
impost
mannelijk (de)
/ˈɪmpɔst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
accijns
bouwkunde
(bouwkunde) de horizontale lijst of band, waarop een boog steunt
Verwante woorden
imponderabilia
imponeer
imponeerde
imponeerden
imponeergedrag
imponeerhouding
imponeert
imponeren
imponerend
imponerende
impopulair
impopulairder
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← imposantste
imposten →