inbreken
/ˈɪmbrekə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) zich met geweld een toegang verschaffenEr werd ingebroken en de inbrekers namen een tas mee waar toevallig mijn paspoort in zat.
Vertalingen
Engelsbreak an entry
Duitseinbrechen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek