incassering
vrouwelijk (de)/ˌɪŋkɑˈserɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (het) incasseren, het in ontvangst nemen (van geld).De incassering van buitenlandse verkeersboetes verloopt niet altijd even vlot.
Etymologie
*Afgeleid van incasseren .
Vertalingen
Fransencaissage, recouvrage
DuitsEinkassierung, Einziehung
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek