incassering

vrouwelijk (de)/ˌɪŋkɑˈserɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (het) incasseren, het in ontvangst nemen (van geld).
    De incassering van buitenlandse verkeersboetes verloopt niet altijd even vlot.

Etymologie

*Afgeleid van incasseren .

Vertalingen

Fransencaissage, recouvrage
DuitsEinkassierung, Einziehung