indroog

mannelijk (de)/ˈɪndroχ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vermindering van hoeveelheid door vochtverlies
    Komt bij: vijftien procent indroog, want het was oude kaas.
  2. geheel van vocht ontdaan
    Zijn ze eenmaal indroog geworden, dan worden ze van het loof ontdaan.

Etymologie

*(intensiverende) afleiding van droog (bijvoeglijk naamwoord) met in- (versterkend voorvoegsel)