infecteer
Wat is de betekenis van infecteer?
infecteer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van infecteren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van infecteren
- gebiedende wijs van infecteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van infecteren
Voorbeelden van "infecteer" in een zin
- Ik infecteer.
- Infecteer!
- Infecteer je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek