infecteer

Wat is de betekenis van infecteer?

infecteer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van infecteren

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van infecteren
  2. gebiedende wijs van infecteren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van infecteren

Voorbeelden van "infecteer" in een zin

  • Ik infecteer.
  • Infecteer!
  • Infecteer je?