infecteren
/ɪnfɛk'terən/
Betekenis
werkwoord
- (ov), (medisch) aansteken, besmetten"NSA misbruikt Google Play om smartphones te infecteren met spyware" (Edward Snowden) [http://www.nu.nl/mobiel/4053365/nsa-misbruikt-google-play-smartphones-infecteren-met-spyware.html www.nu.nl]
Etymologie
*afgeleid van het Franse infecter () [https://fr.wiktionary.org/wiki/infecter Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsinfect
Fransinfecter
Duitsinfizieren, anstecken
Spaansinfectar, contagiar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek