inpakker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die producten verpaktInpakkers Amazon: ’We lijken wel slaven’de Telegraaf 26 nov. 2017Vooral medewerkers bloemen- en plantenteelt (-16%), productiemedewerkers (-17%), hoveniers (-32%) en tractorchauffeurs (-48%) klopten in 2016 minder vaak aan bij het UWV. Daarentegen groeide het aantal WW’ers dat op zoek is naar een baan als inpakker handmatig (+9%), medewerker groenteteelt (+9%) en agrarisch seizoenskracht groente en fruit (+7%).de Telegraaf 31 mrt. 2017De meeste kinderen doe je geen plezier met een bezoek aan een witlofmuseum, maar liefhebbers van deze bladgroente zullen een rondleiding zeker waarderen. Telers, inpakkers en opkopers vertellen hun verhaal en het leukst is natuurlijk het culinaire hoekje, waar je lekkere recepten kunt uitzoeken.de Telegraaf 22 mrt. 2016
- iemand die zijn koffer inpaktNederlanders zijn behoorlijke ‘last-minute’ inpakkers. Ruim 44% geeft aan pas de dag voor vertrek de koffers te pakken (44.9%). Sommigen nemen nog wat minder de tijd en beginnen slechts een paar uur voor vertrek de koffer pas te pakken (14.3%).de Telegraaf 27 mei 2015
Etymologie
* van inpakken
Vertalingen
Engelspackager, bagboy, packer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek