inpakken

/ˈɪmpɑkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in een verpakking doen
    Op deze foto zie je Kim voor haar broertjes' eerste verjaardag een cadeautje inpakken.
  2. ov (ov) in een omhulsel doen
    De machine pakte een doos met tomatensoep in.
  3. volstoppen met goederen
    De Renault 4 werd vakkundig ingepakt waarbij elke centimeter werd benut.
    Snel pakte ik mijn rugzak in en vertrok met een dikke laag kleren aan.

Vertalingen

Engelspack up, pack
Fransempaqueter, emballer
Duitseinwickeln, einpacken
Spaansenvolver