uitpakken
/ˈœytpɑkə(n)/
Wat is de betekenis van uitpakken?
uitpakken betekent: (ov) uit een verpakking halen
Betekenis
werkwoord
- (ov) uit een verpakking halen
- (ov) leeg maken van een verpakking
- (erga) een bepaalde uitkomst krijgen
Voorbeelden van "uitpakken" in een zin
- Op deze foto zie je Kim op haar eerste verjaardag haar eerste cadeautje uitpakken, met een beetje hulp natuurlijk.
- Het was een hele bevrijding om met minder spullen de bergen in te gaan en het in- en uitpakken van mijn rugzak werd hierdoor een stuk overzichtelijker.
- De magazijnmedewerker pakte een doos met tomatensoep uit.
- Maar door de telefoon had ze gezegd dat de verhuizing goed was gegaan. Ze was al begonnen met het uitpakken van de dozen.
- Dat is beter uitgepakt dan hij verwacht had.
Uitdrukkingen
- num= — (in België) met iets uitpakken|
Vertalingen
Engelsunwrap, unpack
Franssortir, défaire
Duitsauspacken, auspacken
Spaansdesenvolver, desenvolver
Zweedsöppna, öppna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek