uitpakken

/ˈœytpɑkə(n)/

Wat is de betekenis van uitpakken?

uitpakken betekent: (ov) uit een verpakking halen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) uit een verpakking halen
  2. ov (ov) leeg maken van een verpakking
  3. erga (erga) een bepaalde uitkomst krijgen

Voorbeelden van "uitpakken" in een zin

  • Op deze foto zie je Kim op haar eerste verjaardag haar eerste cadeautje uitpakken, met een beetje hulp natuurlijk.
  • Het was een hele bevrijding om met minder spullen de bergen in te gaan en het in- en uitpakken van mijn rugzak werd hierdoor een stuk overzichtelijker.
  • De magazijnmedewerker pakte een doos met tomatensoep uit.
  • Maar door de telefoon had ze gezegd dat de verhuizing goed was gegaan. Ze was al begonnen met het uitpakken van de dozen.
  • Dat is beter uitgepakt dan hij verwacht had.

Uitdrukkingen

  • num=(in België) met iets uitpakken|

Vertalingen

Engelsunwrap, unpack
Franssortir, défaire
Duitsauspacken, auspacken
Spaansdesenvolver, desenvolver
Zweedsöppna, öppna