inrijpoort
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- poortvormige ingang, meestal voor voertuigenFreule Miranda was al voorbij de inrijpoort van de Manége, had haar hoed met de kromme veêr op, haar streng gezichtje overschaduwend.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek