insecteneters

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een orde van zoogdieren die tegenwoordig de families der egels, mollen, spitsmuizen, solenodons en omvat, naast een aantal fossiele, uitgestorven families
    De egels behoren tot de groep van de insecteneters.

Etymologie

**[1.1] op te vatten als