inslag
mannelijk (de)/ˈɪnslɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- horizontale draden die tijdens het weven tussen de opgespannen draden van de schering worden ingebrachtOmdat de draad van de inslag brak moest de wever corrigerend optreden.
- iemands geaardheidDie kunstzinnige inslag zit in de familie.
- botsing waarbij een voorwerp, bijvoorbeeld een bom of een meteoriet een oppervlak binnendringtDe uitstervingsgolf aan het eind van het krijt wordt algemeen toegeschreven aan de inslag van een meteoriet die een grote krater in Yucatan achterliet.In Nederland is er niets van te zien: op het moment van de inslag bevindt Jupiter zich al onder de horizon.Direct na de inslag klotst gesmolten gesteente terug; binnen twee minuten verheft zich in het centrum van de krater een centrale piek van een paar kilometer hoog.
- naar de binnenzijde omgeslagen deel van een boekomslagOp de inslag stond een levensbeschrijving van de schrijfster.
Etymologie
* van inslaan
Vertalingen
Engelsweft, woof, streak
Franstrame, impact
DuitsSchuss, Einschlag, Einschuss
Spaanstrama, impacto
Portugeestrama
Russischуток
Poolswątek
Zweedsväft
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek