inspreker
mannelijk (de)/ˈɪnsprekər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die zijn mening geeft tijdens een inspraakbijeenkomstNamens een werkgroep van wijkcentrum De Schelf gaf inspreker Rob Franken aan dat vrijwilligers in de wijk De Schelfhorst, samen met de Noach-kerk, het beheer van het centrum graag overnemen. Raadsleden hadden daar veel waarderen voor. Tubantia H. Bouwhuis 1 maart 2017, [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/toekomst-gemeentelijke-wijkcentra-in-almelo-blijft-ongewis~a1814feb/ Toekomst gemeentelijke wijkcentra in Almelo blijft ongewis]De gemeente en dan met name wethouder Steggink en zijn ambtenaren kregen er behoorlijk van langs met het relaas van inspreker en wijkbewoner Ger Schokker. Hij schetste een beeld van een zo langzamerhand onhoudbare situatie in de wijk en stelde vast dat een aantal bewoners al vier tot zeven jaar in een bouwput wonen met vooral veel water. Tubantia 7 februari 2017, [https://www.tubantia.nl/dinkelland/wethouder-over-wateroverlast-wijk-ootmarsum-deels-schuld-bewoners~aaaa0c80/ Wethouder over wateroverlast wijk Ootmarsum: ‘Deels schuld bewoners']Het pleidooi van twee insprekers ('direct actie') uit de omgeving van het Verdiplein bleek aan dovemansoren gericht. "Ik woon hier 42 jaar, maar nu ben ik bang. Dat moet stoppen," aldus inspreker Van Meurs. Naar aanleiding van de opmerking van Verkerk dat er 'een lange adem' nodig is, zei inspreker Reiber dat hij er 'kortademig' van wordt. In de wijk veroorzaken groepen allochtone jongeren al jaren veel overlast. Bij de laatste jaarwisseling werden tal van vernielingen aangericht. Tubantia H. Rosenberg 10 januari 2017 [https://www.tubantia.nl/algemeen/nog-geen-camera-s-in-veelgeplaagd-buitenhof~a9357639/ Nog geen camera's in veelgeplaagd Buitenhof]
Etymologie
* inspreken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek