instapper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schoeisel (schoeisel) schoen zonder veters
    Ik verkeerde in de veronderstelling dat het niet zo goed met hem ging. Het laatste wat ik over hem las betrof een mislukte hartoperatie, maar Willibrord was nog helemaal Willibrord. Zo had Willibrord bijvoorbeeld de vierdaagse van Nijmegen gelopen op instappers zonder sokken. NRC Marcel van Roosmalen 15 september 2016
  2. iemand die in een voertuig of lift stapt
    Bij deze bushalte zijn er altijd meer instappers dan uitstappers.

Etymologie

* van instappen